Neat Nonsense

stories to inspire you

(Nederlands) Aytutthaya, Backpackers walhalla

Nu ik er toch ben kan ik wellicht iets bezoeken. Er schijnt een of andere olifantentempel te zijn die mijn nieuwsgierigheid heeft getrokken. Ik huur een fiets, pak een plattegrond erbij en ga het avontuur tegemoet. In Thailand rijden ze aan de linkerkant, maar na zoveel weken er doorheen te reizen ben ik er aardig aan gewend. Aan de linkerkant van de weg rijden is niet het probleem.
Het probleem is het verkeer zelf. De gekkigheid van de snelheid, het wisselen van banen en de verschillende soorten toeters die ik niet begrijp. Ik vrees een beetje voor mijn leven. Ben ik zo traag of gaat alles zo snel hier?!
Brrrrrr.
Natuurlijk maak ik mn route af, omdat ik nu eenmaal een volhouder ben. Als ik me iets voorneem, dan doe ik er alles aan om het voor elkaar te krijgen.

Ik kom aan bij het olifantengebeuren en het blijkt niet meer dan een overprijsd toeristisch olifantenpark te zijn.
Teleurgesteld taai ik af, terug naar de fietsverhuurder, waar ik hem vertel dat het verkeer toch echt niet zo goed te doen is als hij me eerder vertelde.
Hij lacht. Zoals ze altijd lachen in Thailand. Het is een vrolijke aanstekelijke lach en ik lach ook. We praten even over Thailand, de Koning en de politiek. De koning is nog altijd populair, hij zit in de harten van de mensen, omdat hij zoveel goeds voor hen heeft gedaan. Maar de regering, dat is een ander verhaal. Corruptie is een groot probleem en rellen zijn niet ongewoon in het land. Hijzelf is een rood shirt. Heb uiteindelijk niet gevraagd wat een rood shirt betekent, want er kwamen klanten binnen en mijn bus naar Sukhotai zou zo vertrekken.

Een lange busreis verder sta ik op het Sukhotai busstation, weet ik een sinjawrijder zover te krijgen mij voor een goede prijs heen en weer te rijden naar Old City Guesthouse om mijn parasol op te halen en terug naar het busstation, waar ik meteen op de bus naar Chiang Mai stap.
De ongeloof op de gezichten van de mensen toen ik zei dat ik dezelfde avond nog naar Chiang Mai wilde, was hilarisch om te zien. De sinjaw man deed goed zijn best en reed op volle toeren. Weer viel het me op hoe heerlijk ik het vind om de wind in mijn gezicht te voelen waaien, ook al wateren mijn ogen er enorm van en is de lucht vuil. Ik vraag me af als ik een dier zou zijn of ik dan een hond zou zijn. Zo eentje die op de passagiersstoel zit in de auto met zijn kop uit het raam en tong uit zijn bek. Heeerrlijk toch?!!
Het is middernacht als ik aankom in Chiang Mai en boksronde nummer 14 begint. Nu het zo laat is, vragen de tuktukkers nog belachelijkere prijzen dan normaal en ik weiger volledig. Hier ga ik geeneens over onderhandelen. Dit is een K.O.
Ik weet dat het busstation niet te ver is en voel me veilig genoeg om te gaan lopen.
Uiteraard verdwaal en word ik notabene achterna gezeten door een bende honden. Ja, je leest het goed een BENDE.
Ze zwerven over de straten, verspreiden zich, maar zodra een begint te blaffen, sluiten ze je opeens in. Aargh, ik vind ze echt eng deze wilde dieren. Ik ren, ik schreeuw naar ze en begin uiteindelijk te zwaaien met mijn tas en dat helpt. Ze blijven dreigend naar me kijken met zn vijfen, midden op de weg. Pfff met zn allen tegen een, stoer hoor.

Ik moet even bijkomen van deze ervaring een loop een open bar langs de weg in. De mensen zijn zo vriendelijk dat ze me graag willen helpen. Ik ontmoet Tijger, de eigenaar van de bar die me een lift geeft naar mijn guesthouse. GRATIS en voor NIETS. Ik bood hem geld aan, maar hij wilde het absoluut niet hebben. Sterker nog, ik denk dat ik hem beledigd hebt daarmee. Hij was gewoon vriendelijk en door geld aan te bieden, denk ik dat ik die vriendelijkheid enigszins en totaal onbedoeld ondermijnde. Sorry Tijger!

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

Enter Captcha Here : *

Reload Image

© 2023 Neat Nonsense

Thema door Anders Norén

error: Content is protected !!
nl_NLNederlands