Er is een derde dag om het Loy Kathrong te vieren. De parade staat vandaag op mijn lijstje. Gewapend tegen de zon met mijn op maat gemaakte parasol loop ik het terrein op. Ik kan wederom niet de plek vinden die aangegeven staat op het programma, wat ik dit keer toch wel heel vervelend vind. Ik kijk om me heen en zie mensen op stoeltjes langs de straten zitten. Het is heet, ik ben moe en ik verlang naar de schaduw. Ik schuif aan op een van de stoelen en ontvang direct een vriendelijke lach van een wat oudere Thaise dame naast me.
Ik lach terug en vraag me af wie ze is. Ze lijkt 60 jaar, dus ze zal wel 70 zijn, want hier in Azie lijken ze allemaal zo jong! Op haar leeftijd heeft ze vast kinderen en kleinkinderen. Misschien heeft ze geen contact meer met ze, want ze zit hier ten slotte alleen. Ik kijk om me heen en zie niemand die bij haar lijkt te horen. Nu is het voor mij als reiziger heel normaal om alleen te zijn, maar voor haar als Thaise die hier woont alleen te zijn op een festival?
Ze steekt een zakje met iets erin naar me toe. Ik kan niet zien wat het is, noch verstaan welke naam ze eraan verbind. Ondanks dat ik geen trek heb, accepteer ik haar aanbod en we maken contact.
Vrolijk begint ze tegen me te kwebbelen. Uiteraard in het Thai, dus ik versta er geen zak van. Toch ben ik blij, want dit voelt echt. Niet een straatverkoper of een tuktukker die me iets probeert aan te smeren, maar gewoon een burger die contact zoekt.
Na een tijdje worden we van de stoelen weggejaagd, want die zijn kennelijk bedoelt voor de rijkeluisjes. Ze signaleert naar me om met haar mee te lopen naar de overkant. Samen schuilen we onder haar veel grotere paraplu, gezien we onze schaduw zijn verloren. En dan begint de parade.
Een mega optocht van uiteindelijk 3.5 uur, waarin ik niets heb gegeten noch gedronken, omdat het aanschouwen van zoiets moois het me niet waard was op te staan en een deel ervan te missen.
De muziek, de dans, de mensen, de kleding, de paradewagens. Alles was zo mooi gemaakt. In het begin nam ik wel honderd foto’s en had makkelijk honderden meer kunnen maken, als mijn batterij niet op was gegaan. Ik baalde even tot ik ontdekte dat ik veel meer genoot van wat ik aanschouwde zonder door de lens van mijn camera te kijken. De jongen op zijn paardenstok, de poppige meisjes met veel te veel make-up op proberend overeind te blijven staan in de hitte en de juiste bewegingen te maken, de dikke jongen met de hoelahoep en natuurlijk de oudere ervaren dames met hun grote grote modeflaters. Naarmate de tijd verstreek, voelde ik me steeds meer opstijgen van geluk. Het genieten is zo intens, dat ik er soms bang van word. Desondanks laat ik het zoveel mogelijk toe.
Het is weer tijd om verder te gaan. Het gekke is dat ik de halve middag heb geprobeerd om een busticket naar Bangkok te krijgen en iedereen van de toeristenbureau’s me vertelden dat de bussen volzitten, terwijl ik op het busstation een megalege bus inloop!
Uiteraard was ik te koppig om te luisteren naar de mensen van de bureautjes en besloot een sinjaew te pakken naar het busstation. Op hoop van zegen dacht ik zo. Desnoods slaap ik wel weer op het busstation. Ik voelde echter dat het niet nodig zou zijn en dat het wel goed zou komen. En naarmate ik meer reis, des te meer ik naar mn gevoel leer luisteren.
Ik vertrouw mijn gevoel nu meer dan ooit, aangezien ik niemand om me heen heb op wie ik terug kan vallen hier, komt het allemaal op mezelf aan. En dan ga je vanzelf luisteren naar signalen die je intuitie afgeeft.
november 21, 2010